Dag 1

Omdat mijn vlucht zelf al een hele beleving op zich was en ik je niet té veel wilde vermoeien met mijn ellendiglange verhalen, denk ik dat het handiger is als ik voortaan een weekoverzicht maak waarin je kunt lezen wat ik heb meegemaakt. 😉 Doordat ik deze week wat problemen had met m’n site, heeft het nog iets meer vertraging opgelopen dan ik hoopte. Ik zal proberen m’n site iets meer up to date te houden! 😉 *Update*: Deze blog is geen weekoverzicht, maar wordt nog even een dag-tot-dag overzicht, aangezien ik in mijn eerste week zóveel heb meegemaakt, dat het onoverzichtelijk wordt als ik dat allemaal in één blog ga plaatsen! Komende tijd zul je dus nog een paar blogs van dag-tot-dag (of een paar dagen bij elkaar) lezen, daarna ga ik weekblogs plaatsen! 

Nadat ik woensdag aankwam bij de Macquarie pick-up service, nam ik afscheid van Juan en Henny. Om me heen kijkend naar de nieuwe omgeving, kwamen er gelijk een aantal mensen op me af om zich voor te stellen. Mensen van wie ik de naam inmiddels echt allang weer vergeten ben. Maarja, honderden mensen ontmoeten in zo’n korte tijd… Redelijk excuus om een aantal namen van hen te vergeten, toch? Langzamerhand groeide de groep met mensen die ook werden opgehaald door de pick-up service en een voor een stelden we onszelf voor aan elkaar. Een van de meisjes, Lucie, kwam uit Frankrijk en zou ook op de Village gaan wonen. Een europeaan tussen alle aziaten die zich bij de groep voegde! Maar voor ik haar echt beter leerde kennen moest ik op zoek naar wat te drinken. Omdat ik wist dat de douane erg streng is wat betreft flesjes drinken en andere voedingsmiddelen, heb ik besloten niks met me mee te dragen. Wat als gevolg had dat ik, eenmaal geland op Sydney, enorme dorst had. En wat doe je als je helemaal niks kent qua eten en drinken? Dan ga je naar de enige bekende plek die je altijd en overal kunt vinden: McDonald’s! Om half 9 ’s ochtends een cola drinken is misschien niet het meest verantwoorde, maar wel de allerlekkerste dorstlesser als je verder niks kent! 😉 Nadat ik m’n cola had, raakte ik in gesprek met Lucie. Haar engels is beter dan de gemiddelde fransman, maar toch behoorlijk frans. Ik moet m’n best doen om haar te verstaan. Gelukkig klikt het aardig. Iets wat voor daar wel fijn is, want we kregen te horen dat we op z’n minst nog tot 12 uur (het was op dat moment rond 9en) moesten wachten voor we bij de village afgezet zouden worden. Als je sinds 7 uur al geland bent, is wachten tot 12 uur een laaaaaaange tijd hoor! En aangezien de technologie van tegenwoordig flink modern is en er bijna overal ter wereld wifi te vinden is, was ik algauw met m’n iPad ingelogd op de wifi van Sydney om vervolgens mijn ouders het (voor hun verlossende) nieuws te brengen dat ik geland was. Wel zo fijn natuurlijk, want de nacht in Nederland kwam er aan. En ik wil natuurlijk wel dat ze goed slapen 😉 Gek idee: mijn ouders gaan slapen, terwijl mijn dag pas echt gaat beginnen. Met Lucie heb ik de tijd vol gekletst en toen we het na een tijdje zat begonnen te worden, bleek het pas half 10! Wat. Een. Drama.

Net toen we ons zaten te bedenken hoe we de tijd in vredesnaam konden gaan volbrengen, kwam daar een chauffeur binnengelopen die ons (2 uur eerder) weg zou brengen naar de Village. Hallelujah! Tot het moment dat we buitenliepen. De hitte overvalt je gelijk, zeker als je je bedenkt dat ik op mijn timberlands liep, met een lange spijkerbroek en een hemdje + lange mouw t-shirt. Hallo hitte! In de auto is er gelukkig airconditioning, wat het al een stuk aangenamer maakt. Alleen wist ik toen nog niet dat ik de komende 1,5 uur in de auto zou zitten en het zelfs koud zou gaan krijgen van die airco. Goed, ruim 1,5 uur verder dus komen we eindelijk aan op de plaats van bestemming (ik vond het al zo’n lang ritje, blijkt dat je normaal ongeveer een half uurtje over de afstand Sydney Airport – MUV doet. Fijn.) en mochten we gaan inchecken. Voordat ik ging vliegen kwam ik nog een formulier van de village tegen, waarbij ik mijn voorkeur voor mijn toekomstige huisgenoten kon invullen. Die had ik nu net over het hoofd gezien! Ik heb hem toen alsnog ingevuld en opgestuurd, maar bij aankomst vraag ik er toch even naar voor de zekerheid. Online kon ik zien dat ik huis 154 zou gaan bewonen, maar ik wist niet of die ‘voldeed’ aan mijn formulier (niet rokers en een vrouwenhuis). De vrouw achter de receptie geeft me daarna de optie om in een ander huis te gaan wonen, en dat doe ik dan ook. 129 it is! Koffers worden in een andere auto overgeladen en ik neem afscheid van Lucie. Bij het huis laad ik m’n koffers uit en vol goede moed stap ik het huis in. Die goede moed zakte gelijk in m’n schoenen toen ik amper een stap over de drempel had gezet. Ik keek om me heen en zag een vrij sober ingerichte huiskamer, met een eettafel in het ene gedeelte van de kamer, en een bankstel met een tv aan de andere kant. Het midden wordt gescheiden door een trap. Wat is er mis met een sober ingerichte huiskamer zul je misschien denken? Nou, daar is niks mis mee. Sterker nog, dat was niet waardoor ik zowat moest kotsen. Ik miste namelijk nog mijn keuken in de beschrijving. De keuken aan de rechterkant van het huis, waar werkelijk geen enkel plekje aanrecht meer schoon was en waar ik (bij het opentrekken  van de kastjes) geen een schoon glas of bord meer kon vinden, omdat alles vies op de aanrecht was achtergelaten. En dat was dan alleen nog maar de aanrecht en de keukenkastjes. Toen ik vervolgens naar het fornuis keek, was het alsof er minimaal 12 man minstens een maand had staan koken zonder ook maar iets schoon te maken. De muur, het keukenblad eromheen, de grond… Als Rob Geus had langsgekomen, had dit huis tot de grond toe afgebrand moeten worden om alle bacteriën eruit te krijgen.

Goed, prettige introductie dus in mijn nieuwe stulpje voor het komende half jaar (NOT!). Op naar boven, op zoek naar mijn kamer. Hopelijk is die wat beter. Eenmaal op m’n kamer aangekomen blijkt dat ook wel het geval. Het kan allemaal echt wel wat schoner (hallo smetvrees mama! 😉 ), maar de schoonmakers blijken al onderweg te zijn om mijn badkamer nog even onder handen te nemen. Terwijl ik wacht op de schoonmakers, besluit ik even mijn uitzicht vanuit mijn kamer te gaan beoordelen. Ik trek mijn rolgordijn open en wat ik zie maakt me echt (voor zover mogelijk) nóg depressiever. Of nouja, wat ik niet zie. Want er staat een boom voor mijn raam die mijn uitzicht VOLLEDIG blokkeert. Ik zie NIKS. Als je mij nog depressiever wilt laten weggaan dan dat ik aankom, moet je mij dit uitzicht voor de komende 6 maanden geven. Ik geloof dat ik mezelf dan aan die boom zou willen hangen… 😉 De schoonmakers komen binnen en ik vraag ze even naar de keuken te kijken… De blik in hun ogen maakt me realiseren dat ik hier zo snel mogelijk moet wegwezen. Ik neem na hun schoonmaakbeurt even een douche en kleed me om, om vervolgens bij de receptie overplaatsing aan te vragen. Ik mag gelijk over naar mijn eerste toewijzing, 154. Ondanks dat ik al heb gedouched en mijn koffers open door de kamer liggen, krijg ik een dag de tijd om m’n spullen te verhuizen. Niet dat ik dat nodig had, ik wilde zó graag weg voordat ik andere huisgenoten had ontmoet. Gelukkig hielp Lucie me over naar het nieuwe huis. Eenmaal daar kwam ik in een huis wat voor studenten begrippen echt brandschoon was en een keuken waar tenminste wel glazen stonden die schoon waren om uit te drinken. Ik hoorde dat je het water gewoon kunt drinken, maar wát een vieze chloorsmaak zit er aan het water! Ik heb constant het idee dat ik zwemwater aan het drinken ben. 😛 Door naar m’n kamer, waar ik natuurlijk enorm benieuwd was naar het uitzicht dat ik nu had. Tot mijn verbazing had ik nu niet 1, maar 2 ramen! En toen ik mijn rolgordijnen opendeed, had ik daar een vrij uitzicht over de huizen. Zónder een boom die een van mijn ramen blokkeerde. Wat een opluchting! Omdat ik op aanraden van een mede villager mijn keuken en linnen pakket niet voor veel geld bij de Village zelf heb gekocht, moest ik wel nog ergens mijn spullen voor de nacht vandaan zien te halen. Ik had namelijk alleen een matras om op te slapen, that’s it. 😉

Omdat Lucie en ik sinds onze laatste maaltijd op onze vlucht niks meer hadden gegeten (mijn ‘maaltijd’ in het vliegtuig bestond uit een banaanmuffin met amandelen, niet héél voedzaam…) moesten we toch echt wel even ergens wat eten (want ja, geen boodschappen in huis). Van de receptie kregen we te horen hoe we naar het winkelcentrum moesten reizen en gelukkig hadden we wat geld op zak waarmee we ons kaartje konden kopen. Het is veel te warm buiten en in het winkelcentrum is de verkoeling dan ook erg fijn. We vinden een bageltentje waar we om half 4 pas voor het eerst weer echt eten hebben. Behoorlijk prijzig en zonder erg veel honger proberen we het meeste op te eten. Of het nu komt door een jetlag, mijn enorme moeheid of het besef dat ik niet ‘even op vakantie’ ben, maar hier voor een half jaar ga wonen: ik word ineens overmand door verdriet/heimwee. Gelukkig is papa inmiddels al weer wakker en kan ik met hem even appen, want het tijdverschil van 10 uur is nu al goed te merken!

Uiteindelijk ben ik met de jongen die mij aanraadde het keuken/linnen pakket niet bij de Village te halen, maar bij de Ikea te kopen, ook naar de Ikea gereden. Terwijl we naar de Ikea reden, praatten we over onze achtergronden en families. En hoe stom ook, ook toen zat ik weer te janken. Ik snapte er niks van! Ik zat op de plek waar ik sinds mijn 14e al van droomde, ik had heel wat beter weer dan in het koude Nederland en toch liep ik te huilen. Pfff…… Lucie ging ook mee en omdat ik thuis al een heel lijstje had gemaakt (via de site van Ikea Australië) van spullen die ik nodig had, kon ik vrij makkelijk door de winkel lopen en mijn spullen verzamelen.  Achteraf is het maar goed dat we met de auto waren, want ik had een hele kar vol met spullen voor mijn leven hier in Sydney. En omdat ik nog steeds geen eten in huis had, scoorde ik voor het ontbijt voor de volgende dag nog even een pak knackebröd en een pot jam. Hoefde ik daar in ieder geval niet meer voor op pad.

Toen ik in huis 129 binnenstapte, kwam ik aan in een leeg huis. Heel erg vond ik dat achteraf niet, want daar wilde ik echt niet lang blijven, maar toen ik in 154 ook niemand aantrof, voelde ik me toch wel erg eenzaam! Gelukkig kwam ik bij mijn thuiskomst na de Ikea wél iemand tegen in het huis. Met een betraand gezicht, wallen tot m’n knieën en een misselijk gevoel stelde we onszelf aan elkaar voor. Tabibah heette ze en ze komt uit Bangladesh. Terwijl ik haar vertel dat ik vanochtend geland ben en erg moet wennen begin ik prompt weer te huilen. Wat een drama! Zo ben ik normaal helemaal niet. Tabibah schrikt zo, dat ze me spontaan begint te knuffelen en gelijk diensten aanbied (zal ik wat eten voor je maken?) om me te helpen mezelf een beetje op m’n gemak te voelen. Super lief natuurlijk! Eenmaal boven kom ik een tweede (tijdelijk) huisgenootje tegen. Zij blijft op de kamer van een vriendin totdat zij terug is en vertrekt de eerste zondag dat ik er ben uit het huis. Ik ruim m’n spullen deels uit, neem nogmaals een warme douche en ga dan beneden om een klein beetje te eten. Echt veel hoef ik niet, want ik ben zo ontzettend misselijk al de hele dag! Tabibah (die er op staat dat ik haar Tabi noem, omdat iedereen dat doet) biedt nogmaals aan om wat te eten voor me klaar te maken, maar ik wil alleen maar een knackebrödje en dan m’n bed in. Als ik helemaal kapot naar boven loop om m’n kamer in te gaan, staat Prom, mijn 2e huisgenootje, in haar deuropening met een ander vriendinnetje zichzelf op te maken om uit te gaan. Ik, klaar voor mijn bed, sta toe te kijken hoe ze alle sieraden omhangen en ik wil weglopen als ik word geroepen. Ze hadden net allemaal een set ringen gekocht en ik kreeg er ook een. Love stond er op. Lieve boodschap van 3 meiden bij wie ik net in huis ben getrokken.

 

Inmiddels begint Nederland weer wakker te worden en dankzij wifi kan ik met mama facetimen. We facetimen nog een flinke tijd (waarbij ze me nog even op m’n hart drukt dat als ik heimwee heb, ik haar echt moet bellen. Al is het midden in de nacht! “Ja mam”) en dan is het toch echt tijd om te gaan slapen. Het is inmiddels half 12 en na zo’n intense dag vol nieuwe indrukken ben ik kapot. Ik mag gaan slapen onder m’n nieuwe dekbed (op m’n veel te brede matrashoes, want ik had een kleine inschattingsfout gemaakt en ipv 90×200, 160×200 gekozen… Oeps!) en dankbaar val ik in slaap.

Dag 1 is een feit!

Ps. Als je op de hoogte wilt blijven van mijn blogs: reageer onder deze blog, vink het vakje aan dat je op de hoogte wilt blijven en je krijgt een mailtje wanneer ik weer een nieuwe blog heb geschreven!

 

Halló wallen! De allereerste selfie: bloedheet, wallen tot m'n knieën, maar oh zo blij!

Halló wallen! De allereerste selfie: bloedheet, wallen tot m’n knieën, maar oh zo blij!

Samen met Lucie even poseren voor de mensen thuis. Voor make-up had ik nog geen tijd gehad!

Samen met Lucie even poseren voor de mensen thuis. Voor make-up had ik nog geen tijd gehad!

Onze lunch! Een baguette met een kipschnitzel en een ijskoffie. Helaas kreeg ik hem door mijn misselijkheid écht niet op...

Onze lunch! Een baguette met een kipschnitzel en een ijskoffie. Helaas kreeg ik hem door mijn misselijkheid écht niet op…

Mijn uitzicht vanuit mijn raam! Wat een verademing om wel wat te kunnen zien...

Mijn uitzicht vanuit mijn raam! Wat een verademing om wel wat te kunnen zien…

Een kar vol spullen, alleen voor mij!

Een kar vol spullen, alleen voor mij!

5 Responses to “ Dag 1 ”

  1. Joke Heemskerk

    Lieve Kaylee, wat heb je weer ‘leuk’ geschreven

  2. Joke Heemskerk

    Lieve Kaylee, wat heb je weer ‘leuk’ geschreven

  3. Keep in touch!

  4. Hello Kaylee! Heel normaal hoor, lekker huilen na zo’ n lange vlucht, helemaal “alleen” én ver van huis!
    Komt helemaal goed met jou, j’ en suis sûre! Have fun overthere!

  5. Martin van de Velde

    Ik ga op de hoogte blijven van je blogs, Kaylee!

Geef een reactie